ECLI:NL:RVS:2021:2345
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep omgevingsvergunning strandbrug Sluis
Het college van burgemeester en wethouders van Sluis verleende op 13 mei 2019 een omgevingsvergunning aan Beach Resort Nieuwvliet B.V. voor de bouw van een voetgangersstrandbrug en het treffen van natuurmaatregelen. De appellant, eigenaar van een recreatiewoning op circa 350-400 meter afstand, stelde beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen belanghebbende zou zijn.
De Raad van State oordeelt echter dat appellant wel belanghebbende is vanwege mogelijke feitelijke gevolgen voor de waterveiligheid en de ruimtelijke ontwikkeling, en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens beoordeelt de Raad het beroep inhoudelijk en concludeert dat het college in redelijkheid de vergunning heeft kunnen verlenen, mede gelet op de geldige watervergunning van het waterschap Scheldestromen.
De bezwaren van appellant over het verdwijnen van een dijkopgang, overlast door geluid en trilling, en aantasting van natuurwaarden worden niet gegrond verklaard. De Raad wijst erop dat appellant geen zicht heeft op het natuurgebied en de afstand te groot is om belangen te beschermen onder de Wet natuurbescherming. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard na vernietiging van de eerdere uitspraak.