ECLI:NL:RVS:2021:2269
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergroting bouwvlak in bestemmingsplan voor agrarisch bedrijf
De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk stelde het bestemmingsplan 'Partiële Herziening Bestemmingsplannen Buitengebied 2020' vast, waarin het bouwvlak van een perceel werd vergroot om een jongveestal en voeropslag mogelijk te maken. Appellant, wonend op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergroting vanwege onder meer verminderde zichtlijnen, mogelijke geluid-, geur- en verkeershinder, en beperkingen voor het herbouwen van zijn woning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de vergroting noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf en dat de belangen van het bedrijf zwaarder wogen dan die van appellant. De raad had de negatieve effecten voor appellant beperkt door het bouwvlak deels naar achteren te leggen.
Verder werd geoordeeld dat de mogelijke hinder door geluid, geur en verkeersbewegingen niet onaanvaardbaar was en dat de raad voldoende rekening had gehouden met ruimtelijke inpassing en landschappelijke aspecten. De appellant kon ook geen concreet plan voor herbouw of B&B aantonen, waardoor zijn bezwaren op die punten onvoldoende waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergroting van het bouwvlak in het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.