ECLI:NL:RVS:2021:2192
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 29 juli 2020 de aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 26 maart 2021 de beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De staatssecretaris stelde dat de vreemdelingen met onbekende bestemming waren vertrokken, maar hun gemachtigde gaf aan dat zij nog in Nederland verbleven en de procedure wilden voortzetten. De Afdeling stelde vast dat de vreemdelingen nog steeds belang hadden bij de beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die de uitspraak van de rechtbank vernietigbaar maakten, noch vragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.