ECLI:NL:RVS:2021:2020
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na meerdere verdenkingen van rijden onder invloed ondanks vrijspraken
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant een onderzoek naar zijn geschiktheid op en schorste zijn rijbewijs omdat hij in vijf jaar minstens drie keer werd aangehouden op verdenking van rijden onder invloed. Hoewel appellant voor twee van deze aanhoudingen strafrechtelijk werd vrijgesproken, oordeelde de rechtbank dat deze vrijspraken niet automatisch betekenen dat de feiten onjuist zijn.
Appellant voerde aan dat de bestuursrechter zich aan de vrijspraken moest conformeren en dat het CBR zich niet op deze feiten mocht baseren. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat bestuursrechtelijke maatregelen losstaan van strafrechtelijke procedures en dat vrijspraken zonder motivering niet leiden tot het vervallen van het vermoeden van ongeschiktheid.
De Afdeling concludeerde dat het CBR terecht het onderzoek en de schorsing oplegde, mede gelet op het belang van de verkeersveiligheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs en het onderzoek naar de geschiktheid worden bevestigd.