ECLI:NL:RVS:2021:1993
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beslissing over beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken in hoger beroep bestuursrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De minister van Buitenlandse Zaken overhandigde vertrouwelijke stukken aan de Afdeling bestuursrechtspraak met het verzoek dat alleen de Afdeling kennis zou nemen van deze stukken, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De stukken betroffen onder meer memoranda, onderzoeksrapporten en ambtsberichten uit de periode 2002 tot 2017, grotendeels afkomstig van de Ambassade te Kigali en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Afdeling constateerde dat sommige stukken niet aan partijen waren toegezonden en dat van andere stukken alleen een geanonimiseerde versie was verstrekt.
De Afdeling voerde een belangenafweging uit tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van bronnen en onderzoeksmethoden. Gelet op de aard van de stukken en de mogelijke schade bij openbaarmaking, oordeelde de Afdeling dat het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees het verzoek van de minister toe en bepaalde dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de vertrouwelijke stukken. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, op 1 juli 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen; alleen de Afdeling mag deze stukken inzien.