ECLI:NL:RVS:2021:1912
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- F.C.M.A. Michiels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing onderhoud waterscheiding Vliet zonder projectplan
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voerde onderhoudswerkzaamheden uit aan de waterscheiding langs de Vliet, waarbij de hoogte met 0,4 m werd opgehoogd. Appellant, eigenaar van aangrenzende percelen, vreesde schade en stelde dat een projectplan verplicht was op grond van artikel 5.4 van de Waterwet.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de werkzaamheden geen wijziging van de normatieve toestand van het waterstaatswerk vormden en wees het beroep van appellant af. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling overwoog dat de werkzaamheden binnen de kaders van de legger vielen, dat de afwijkingen in taludhelling en hoogte niet nieuw waren, en dat het college terecht had gekozen voor een minimale ophoging gezien de lokale omstandigheden.
De Afdeling verwierp ook de stellingen van appellant over het peil en de eigendomssituatie en concludeerde dat de onderhoudswerkzaamheden geen projectplanplichtige wijziging van het waterstaatswerk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om handhaving afgewezen omdat de werkzaamheden onderhoud zijn binnen de legger zonder projectplanplicht.