ECLI:NL:RVS:2015:1616
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor vervanging inlaat in boezemwaterkering ondanks bezwaren over waterhuishouding
Het college verleende op 21 februari 2011 een vergunning aan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voor het vervangen van twee inlaten door één grotere inlaat in een boezemwaterkering nabij Zevenhuizen. Appellant, eigenaar van nabijgelegen percelen, stelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de gevolgen van deze wijziging op de waterhuishouding en dat dit schade aan zijn eigendommen kon veroorzaken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college geen onderzoek hoefde te doen naar wijzigingen in de waterhuishouding, omdat het besluit slechts een technische voorziening betrof en niet het waterbeheer zelf wijzigde. Daarnaast werd geoordeeld dat de berekeningen van het college over stroomsnelheid juist waren en dat de nieuwe inlaat nauwkeurig regelbaar is.
Verder werd het betoog dat het college onvoldoende belangen had meegewogen verworpen, evenals het standpunt dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.