ECLI:NL:RVS:2021:1906
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid spoedeisende bestuursdwang bij asbestverontreiniging na brand
Op 1 juni 2018 brak er brand uit in een tuinbouwbedrijf op een perceel in Berkel en Rodenrijs, eigendom van appellant, waarbij asbestdeeltjes vrijkwamen. Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland besloot op 8 juni 2018 tot spoedeisende bestuursdwang om de asbestverontreiniging te saneren, omdat de situatie een acuut gevaar voor de volksgezondheid en het milieu vormde.
Appellant stelde dat het college ten onrechte spoedeisende bestuursdwang toepaste, onder meer vanwege de vertraging in het besluit en de sanering, en dat hij zelf in staat was de sanering uit te voeren. De rechtbank oordeelde echter dat het college terecht handelde gezien de spoedeisendheid en het gevaar van asbestverspreiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Het college had tijdig maatregelen genomen, waaronder het inschakelen van een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. De feitelijke uitvoering van de bestuursdwang, zoals het slopen van de kas, valt niet onder het bestuursrechtelijk beroep. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt bevestigd.