ECLI:NL:CBB:2011:BU4517
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwang onrechtmatig toegepast bij verwaarlozing runderen zonder hersteltermijn
Appellant voerde beroep aan tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang, waarbij 110 runderen werden meegevoerd en opgeslagen wegens slechte verzorging en huisvesting. Diverse dierenartsen constateerden onder meer een slechte conditie, groeiachterstand, kale plekken, dunne mest en onvoldoende voer en water.
Verweerder stelde dat de spoedeisende bestuursdwang gerechtvaardigd was vanwege het welzijn van de dieren en de agressieve houding van appellant, die verzorging ter plaatse onmogelijk maakte. Appellant betwistte de overtredingen en stelde dat voldoende voer en veterinaire zorg aanwezig waren, en dat de maatregel was genomen met een ander doel dan dierenwelzijn.
Het College oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat appellant handelde in strijd met de artikelen 36 en 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Echter, het College vond dat het zonder het stellen van een hersteltermijn toepassen van bestuursdwang onrechtmatig was, mede omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was zelf maatregelen te treffen. De agressieve houding van appellant en zijn detentie rechtvaardigden dit niet.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 6 mei 2009 herroepen. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt vernietigd wegens het ontbreken van een hersteltermijn.