ECLI:NL:RVS:2021:1725
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekken woonruimte zonder vergunning bevestigd na matiging
Op 24 februari 2019 trof de politie een hennepkwekerij aan in een woning te Den Haag, gehuurd door de wederpartij. Het college van burgemeester en wethouders legde daarop een bestuurlijke boete van €10.000 op wegens overtreding van artikel 21, onder a, van de Huisvestingswet 2014, dat het zonder vergunning onttrekken van woonruimte verbiedt.
De rechtbank Den Haag oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze vanwege de geringe financiële draagkracht van de wederpartij tot €5.000. Het college stelde hoger beroep in tegen deze matiging. De Raad van State overwoog dat het college onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat de wederpartij financieel voordeel had genoten van de hennepkwekerij, ondanks haar onderverhuur aan een derde.
De Raad van State bevestigde dat de geringe financiële draagkracht van de wederpartij een bijzondere omstandigheid vormt die matiging rechtvaardigt. Wel vernietigde de Raad het deel van de uitspraak waarin de rechtbank naliet een beslissing over het opleggen van de boete te nemen en stelde zelf de boete vast op €5.000. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €5.000 en het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard voor het vaststellen van de boete.