ECLI:NL:RVS:2021:1723
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel en nieuwe besluitvorming opgelegd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 15 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 6 januari 2021, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De vreemdeling ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Griekenland, in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021 die deze motiveringsplicht verduidelijken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand hield, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd voor zover rechtsgevolgen in stand bleven, en nieuw besluit door staatssecretaris opgelegd met proceskostenvergoeding.