ECLI:NL:RVS:2021:1640
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag wegens toeslagpartnerschap en gezamenlijke inschrijving woonadres
Appellant ontving in 2016 voorschotten huurtoeslag, maar de Belastingdienst stelde de definitieve toeslag vast op nihil omdat persoon A als toeslagpartner werd aangemerkt. Persoon A was eigenaar van de woning waarvoor de toeslag werd aangevraagd en stond samen met appellant ingeschreven op hetzelfde woonadres.
De rechtbank oordeelde dat appellant en persoon A in 2015 toeslagpartners waren vanwege gezamenlijk eigendom en gezamenlijke inschrijving, en dat dit ook voor 2016 gold op grond van de Awir. Appellant voerde aan dat zij een zelfstandige wooneenheid huurde, maar kon dit niet voldoende aantonen met bewijsstukken zoals foto’s of een duidelijke splitsing van de woning.
De Raad van State bevestigt dat de Belastingdienst terecht uitgaat van één zelfstandige woonruimte op het adres en dat appellant en persoon A als toeslagpartners moeten worden beschouwd. Hierdoor bestaat geen recht op huurtoeslag, mede omdat de totale huurprijs boven de maximale rekenhuur ligt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van huurtoeslag over 2016 bevestigd.