ECLI:NL:RBDHA:2025:6832
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op huurtoeslag wegens te hoog gezamenlijk vermogen en ontbreken zelfstandige woonruimte
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Dienst Toeslagen om haar huurtoeslag voor 2021 op nihil vast te stellen vanwege een te hoog gezamenlijk vermogen met haar moeder. Eiseres stelde dat zij een zelfstandige woonruimte huurt van haar moeder, met eigen voorzieningen en afsluitbare toegang, ondersteund door een huurovereenkomst en plattegrond.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar moeder op hetzelfde adres stonden ingeschreven in de Basisregistratie Personen en dat het gezamenlijke vermogen van de moeder boven de vermogensgrens lag. Verweerder had de moeder terecht aangemerkt als medebewoner, waardoor het vermogen van de moeder meeweegt bij de huurtoeslag.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres niet had aangetoond dat zij het exclusieve gebruik had van essentiële voorzieningen zoals keuken, toilet en wasruimte. De huurovereenkomst was onvoldoende om te concluderen dat sprake was van twee zelfstandige woonruimten. Het beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel faalden eveneens.
Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde, kon dit met de nadere motivering in het verweerschrift worden hersteld. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar eiseres krijgt geen huurtoeslag; verweerder moet proceskosten en griffierecht vergoeden.