ECLI:NL:RVS:2021:1611
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking vertrouwelijke informatie over Cheider scholengemeenschap
In deze zaak verzochten appellant en anderen de Inspectie van het Onderwijs om openbaarmaking van alle documentatie omtrent meldingen en vragen over de Cheider scholengemeenschap, met name over vermeend seksueel misbruik. De minister wees dit verzoek af op grond van het absolute geheimhoudingsregime van artikel 6, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en de weigeringsgrond uit artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de minister het belang van inspectie en toezicht zwaarder mocht laten wegen dan het belang bij openbaarmaking. Appellant stelde in hoger beroep dat dit gebrek aan openbaarmaking strijdig is met het IVRK en het EVRM, en dat er geen effectief dwangmiddel is om aangifte te doen bij vermoedens van misbruik.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht het verzoek heeft geweigerd binnen de wettelijke kaders. De belangenafweging tussen bescherming van kinderen en openbaarmaking is zorgvuldig gemaakt, waarbij het belang van veiligheid en vertrouwelijkheid prevaleert. De betogen over schending van internationale verdragsrechten en het ontbreken van dwangmiddelen werden verworpen, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering tot openbaarmaking van vertrouwelijke informatie over de Cheider scholengemeenschap op grond van het geheimhoudingsregime en het belang van bescherming van kinderen.