ECLI:NL:RVS:2021:1610
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van doorhaling monumentenstatus ’t Jagershuis
Aemstel Monuments B.V. verzocht om doorhaling van de inschrijving van ’t Jagershuis in het monumentenregister, maar de minister wees dit af. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de minister niet tot een volledige herbeoordeling mocht overgaan en wees het verzoek af. Aemstel ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak dat de minister meer beoordelingsruimte heeft en dat het besluit van 15 juni 2017 in strijd was met de Awb omdat onvoldoende rekening was gehouden met alle monumentwaarden. De minister werd opgedragen het besluit te herstellen. Bij besluit van 30 april 2020 handhaafde de minister de monumentenstatus na een hernieuwde waardering op basis van actuele criteria en feitelijke situatie.
De Afdeling concludeert dat de minister de monumentwaardigheid deugdelijk heeft gemotiveerd en dat het algemene belang bij behoud zwaarder weegt dan het belang van Aemstel bij doorhaling. Het beroep van Aemstel tegen het besluit van 30 april 2020 wordt ongegrond verklaard. Wel is de redelijke termijn overschreden, waarvoor de Staat een vergoeding aan Aemstel moet betalen.
Uitkomst: Het beroep van Aemstel wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister om de monumentenstatus van ’t Jagershuis te handhaven wordt bevestigd.