ECLI:NL:RVS:2021:1394
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tegemoetkoming planschade bij wijziging bestemmingsplan Soestdijkse Grachten
Appellant is eigenaar van een woning in Soest en diende op 10 december 2017 een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering door wijziging van het bestemmingsplan Soestdijkse Grachten, waarbij het tegenoverliggende gebied een bedrijventerrein werd.
Het college van burgemeester en wethouders kende op 2 oktober 2018 een tegemoetkoming toe van €3.100, gebaseerd op een advies van Ten Have Advies, dat de waardevermindering op €15.000 stelde en het normale maatschappelijke risico op 3,5% van de woningwaarde. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit in januari 2020.
In hoger beroep betoogde appellant dat het normale maatschappelijke risico ten onrechte op 3,5% was vastgesteld en dat de ontwikkeling geen normale maatschappelijke ontwikkeling was, onder meer vanwege afwijkingen van het ruimtelijke beleid en de nabijheid van het bedrijventerrein.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein een normale maatschappelijke ontwikkeling is en dat het college de omvang van het normale maatschappelijke risico voldoende heeft gemotiveerd. De stelling dat de ontwikkeling niet in het ruimtelijke beleid paste, faalde omdat de structuurvisie juist beperkte uitbreiding toestaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.