ECLI:NL:RVS:2021:1381
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek inzage AIVD-documenten wegens nationale veiligheid
Op 3 januari 2018 verzocht appellant om inzage in documenten over hem bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De minister verstrekte op 3 september 2018 een dossier van 69 pagina's met niet-actuele gegevens, waarvan de inhoud grotendeels onleesbaar was gemaakt vanwege bronbescherming, persoonsgegevens van derden en bescherming van actuele werkwijzen die de nationale veiligheid kunnen schaden.
Appellant maakte bezwaar tegen deze gedeeltelijke afwijzing, maar dit werd door de minister en vervolgens door de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat de weigering in strijd was met artikelen 8 en 13 EVRM, omdat de minister niet voldoende had gemotiveerd en niet proportioneel had gehandeld door vrijwel alle documenten onleesbaar te maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de AIVD zijn taak effectief moet kunnen uitvoeren binnen een zekere mate van geheimhouding, waarbij bescherming van bronnen en actuele werkwijzen essentieel is voor de nationale veiligheid. De minister heeft de weigering voldoende gemotiveerd en het belang van nationale veiligheid weegt zwaarder dan het recht op inzage. Het beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het inzageverzoek bevestigd.