ECLI:NL:RVS:2019:2624
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om inzage in AIVD-gegevens wegens nationale veiligheid
Appellant verzocht de minister om inzage in bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) over hem aanwezige persoonsgegevens, met name over vermeende betrokkenheid bij de Koerdische beweging/PKK. De minister wees dit verzoek af, waarbij hij stelde dat actuele gegevens niet worden verstrekt om de nationale veiligheid te beschermen en dat niet-actuele gegevens niet aanwezig zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Appellant betoogde onder meer dat er wel niet-actuele gegevens zijn en dat hij op grond van het EVRM recht heeft op inzage, mede vanwege zijn plaatsing op de EU-terrorismelijst.
De Afdeling overwoog dat de minister terecht heeft geweigerd om actuele gegevens te verstrekken en dat de mededeling dat geen niet-actuele gegevens aanwezig zijn niet ongeloofwaardig is. De Afdeling oordeelde dat de weigering geen schending van het EVRM inhoudt, omdat de wetgever een geheimhouding van gegevens noodzakelijk acht voor de taakuitoefening van de AIVD en de bescherming van de nationale veiligheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om inzage in AIVD-gegevens bevestigd.