ECLI:NL:RVS:2021:1364
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 19 december 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het terugkeerbesluit van 16 juni 2015 niet voldeed aan de vereisten omdat het geen land van terugkeer vermeldde, terwijl dit essentieel is voor het baseren van een bewaring op een terugkeerbesluit. Hierdoor was de bewaring onrechtmatig.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en een schadevergoeding van €16.630 toegekend voor de periode van bewaring. Tevens werden proceskosten van €1.602 aan de vreemdeling toegekend. De maatregel van bewaring was inmiddels opgeheven, waardoor een bevel tot opheffing niet nodig was.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €16.630 toegekend wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.