ECLI:NL:RVS:2021:1287
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing herziening intrekking verblijfsvergunning asiel wegens identiteitsgeschil
De vreemdeling had een verblijfsvergunning asiel die in 2002 werd ingetrokken op grond van twijfel over zijn identiteit: hij zou niet de Iraakse vreemdeling zijn, maar een Jordaanse persoon. Na jaren van procedures stond in een eerdere uitspraak vast dat de vreemdeling beide identiteiten zou hebben, wat feitelijk onmogelijk is. De vreemdeling verzocht om herziening van de intrekking, maar de staatssecretaris wees dit af wegens gebrek aan nieuwe feiten.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, stellende dat de vreemdeling moest bewijzen dat hij niet de Jordaanse persoon was. De Raad van State oordeelt dat deze bewijslastverdeling onredelijk is en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht of het Iraakse paspoort authentiek is. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat verder onderzoek, zoals DNA-onderzoek, sluitend bewijs kan leveren.
Gezien de langdurige patstelling en het ontbreken van duidelijkheid over de identiteit, doorbreekt de Raad de eerdere uitspraak en gaat ervan uit dat de vreemdeling de Iraakse identiteit heeft. Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuw besluit, waarbij de vreemdeling als Iraaks wordt beschouwd.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de vreemdeling wordt geacht de Iraakse identiteit te hebben.