ECLI:NL:RVS:2021:1232
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens manipulatie tachograaf in vrachtwagen
Op 3 februari 2018 controleerde een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport een vrachtwagen van appellante en constateerde afwijkende waarden in de pulsgever, wat leidde tot het vermoeden van manipulatie van de tachograaf. Na onderzoek bij een erkende Scaniadealer werden een bewerkte bewegingssensor en een schakelaar aangetroffen die de tachograaf konden beïnvloeden. De minister legde op 16 januari 2019 een bestuurlijke boete van €4.400,- op wegens overtreding van artikel 2.4:13, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer en artikel 32, derde lid, van Verordening (EU) nr. 165/2014.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat de minister niet bevoegd was de boete op te leggen, dat het vermoeden van manipulatie niet was onderbouwd, en dat de boete gematigd had moeten worden vanwege overschrijding van de beslistermijn en inspanningen om herhaling te voorkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat de minister uit mag gaan van de juistheid van de op ambtsbelofte opgemaakte boeterapporten en dat de aangetroffen apparatuur en afwijkende pulsgeverwaarden voldoende bewijs vormen voor de overtreding.
De overschrijding van de beslistermijn van dertien weken wordt als termijn van orde beschouwd, zodat geen matiging van de boete volgt. Ook het enkele feit dat bij een nieuwe controle geen overtredingen werden geconstateerd, is onvoldoende om matiging te rechtvaardigen. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid van het besluit wordt afgewezen. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €4.400,- wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.