ECLI:NL:RVS:2021:1106
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekken woonruimte ondanks strafrechtelijke vervolging hennepkwekerij
Op 6 november 2018 constateerden inspecteurs dat in de woning van appellant drie verblijfsruimten werden gebruikt voor bedrijfsmatige hennepteelt. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant daarop een bestuurlijke boete van €10.250,- op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte, gebaseerd op artikel 21 van Pro de Huisvestingswet en artikel 35 van Pro de Huisvestingsverordening. Na bezwaar handhaafde het college de boete, met een aanpassing naar €10.000,- vanwege gewijzigde boetebedragen.
Appellant stelde dat er sprake was van dubbele bestraffing omdat hij ook strafrechtelijk werd vervolgd voor overtreding van de Opiumwet. De rechtbank oordeelde dat de bestuurlijke boete en de strafrechtelijke vervolging verschillende gedragingen betreffen en verschillende belangen beschermen, waardoor geen sprake is van dubbele bestraffing.
In hoger beroep betoogde appellant dat de gedragingen feitelijk gelijk zijn en dat het doel van de Opiumwet inmiddels is verruimd tot het beschermen van de openbare orde, waardoor het belang van beide wetten overlapt. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit betoog en bevestigde dat de gedragingen juridisch en feitelijk verschillend zijn, mede omdat de Huisvestingswet de verdeling van woonruimte beschermt en de Opiumwet de volksgezondheid en openbare orde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.000,- wegens onttrekken van woonruimte zonder vergunning wordt bevestigd ondanks strafrechtelijke vervolging.