ECLI:NL:RVS:2020:736
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan woonbestemming voor hennepkwekerij
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellant een bestuurlijke boete van €10.250,- op wegens het onttrekken van twee verblijfsruimten van een woning aan de woonbestemming, doordat deze werden gebruikt voor bedrijfsmatige hennepkweek. Inspecteurs constateerden op 6 maart 2018 dat de woning voor dit doel werd gebruikt. Appellant betwistte zijn overtrederstatus en stelde dat hij niet betrokken was bij de hennepkwekerij en slechts één kamer had onderverhuurd.
De rechtbank oordeelde dat appellant als huurder verantwoordelijk is voor het gebruik van de woning en dat hij toezicht had moeten houden, ook tijdens zijn afwezigheid. Het ontbreken van een onderhuurcontract en het feit dat hij eenvoudig toegang had tot de overige kamers, maakten hem aansprakelijk. Tevens werd geoordeeld dat geen sprake was van dubbele bestraffing, omdat de bestuursrechtelijke boete en de strafrechtelijke vervolging verschillende belangen beschermen.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State deze overwegingen. De Raad stelde vast dat het doel van de Huisvestingswet het beschermen van de verdeling van woonruimte is, terwijl de Opiumwet de volksgezondheid beschermt. Hierdoor is er geen sprake van dezelfde gedraging in de zin van ne bis in idem. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.250,- wordt bevestigd omdat appellant als huurder verantwoordelijk is voor de woning en geen sprake is van dubbele bestraffing.