ECLI:NL:RVS:2021:1000
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetes voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij Botlekbrug
Bij besluiten van 16 november 2016 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan vier appellanten elk een boete van €48.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Dit betrof werkzaamheden verricht door Macedonische vreemdelingen bij de bouw van de Botlekbrug, waarvoor zij een tewerkstellingsvergunning (twv) hadden voor laswerkzaamheden, maar volgens de staatssecretaris ook constructiebankwerk hadden verricht.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, verlaagde de boetes tot €36.000 en bepaalde dat de uitspraak in de plaats trad van eerdere besluiten. De appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State heeft overwogen dat het verbod uit artikel 2 Wav Pro ook geldt als vreemdelingen andere werkzaamheden dan toegestaan verrichten, maar dat de staatssecretaris onvoldoende heeft bewezen dat de vreemdelingen daadwerkelijk andere werkzaamheden dan laswerk verrichtten.
De verklaringen van vreemdelingen en getuigen waren deels tegenstrijdig en onduidelijk, mede door het ontbreken van beëdigde tolken bij het verhoor. Documenten zoals lascertificaten en loonstroken wezen erop dat de vreemdelingen als lassers werkten. De Raad van State gaf appellanten het voordeel van de twijfel en vernietigde de boetes. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor appellanten een vergoeding van €1.500 per persoon werd toegekend. De proceskosten werden aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen vernietigd wegens onvoldoende bewijs en vergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.