ECLI:NL:RVS:2013:2049
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onterecht opgelegde boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan appellant een boete van €456.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning arbeid zou hebben laten verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellant als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt, gezien haar feitelijke betrokkenheid bij de tewerkstelling van de vreemdelingen. Wel stelde de Raad vast dat het UWV WERKbedrijf tewerkstellingsvergunningen aan een gelieerde entiteit had afgegeven die feitelijk onderdeel is van appellant, en dat deze vergunningen niet waren ingetrokken.
Hierdoor concludeerde de Raad dat het verbod van artikel 2, eerste lid, Wav niet was overtreden en dat de boete onterecht was opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het boetebesluit herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het boetebesluit en verklaart het hoger beroep gegrond omdat appellant over geldige tewerkstellingsvergunningen beschikte.