ECLI:NL:RVS:2020:504
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.D. van Heijningen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking omgevingsvergunning zendmast te Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven heeft het verzoek van appellant A en appellant B om intrekking van de aan KPN B.V. verleende omgevingsvergunningen voor een zendmast afgewezen. Appellant A en B stelden dat de vergunningen moesten worden ingetrokken vanwege belangenverstrengeling door een gemeentelijke gift voor een lichtkunstwerk in de mast en vanwege gezondheidsklachten veroorzaakt door straling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant B niet-ontvankelijk en het beroep van appellant A ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak deze uitspraak. Het hoger beroep van appellant B wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het hoger beroep van appellant A wordt afgewezen omdat de gestelde milieugevolgen niet als ontoelaatbaar kunnen worden aangemerkt en er geen concrete aanwijzingen zijn voor strafbare feiten die intrekking van de vergunningen rechtvaardigen.
De Afdeling oordeelt dat de vergunningen nog steeds valide zijn en dat het college geen onderzoeksplicht heeft geschonden. De klachten over gezondheid en straling worden niet onderbouwd met objectief bewijs dat leidt tot intrekking. Ook het vermoeden van belangenverstrengeling en corruptie wordt niet bevestigd door concrete feiten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant B wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant A wordt ongegrond verklaard, waarmee de rechtbankuitspraak wordt bevestigd.