ECLI:NL:RVS:2020:392
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming stukken in hoger beroep inzake intrekking Nederlanderschap
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake het voornemen van de staatssecretaris om het Nederlanderschap van appellant in te trekken.
De staatssecretaris heeft stukken overgelegd met bestuurlijke inbreng van diverse partijen en verzocht dat alleen de Afdeling kennis zou mogen nemen van deze stukken, vanwege gewichtige redenen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat deze stukken op de zaak betrekking hebben en dat een belangenafweging noodzakelijk is tussen het belang van appellant om de stukken te kennen en het belang van vertrouwelijkheid en bescherming van het algemeen belang en derden.
De Afdeling concludeert dat het belang van vertrouwelijk overleg en bestuurlijke inbreng zwaarder weegt dan het belang van appellant om kennis te nemen van de stukken en wijst daarom het verzoek tot beperkte kennisneming toe.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen; alleen de Afdeling mag deze stukken inzien.