ECLI:NL:RVS:2020:3126
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting uitvoering rechtbankuitspraak inzake asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 17 september 2020 besloten een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit op 17 december 2020 gegrond, vernietigde het en bepaalde dat de staatssecretaris het asielverzoek binnen een week moest behandelen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen die hem ontslaat van de verplichting de uitspraak van de rechtbank uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist, en stelde deze opschorting bij wijze van voorlopige voorziening vast. De beslissing werd genomen in het belang van een ordentelijke procedure en met het oog op het spoedeisend belang van de staatssecretaris.
Uitkomst: De uitvoering van de rechtbankuitspraak wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslist.