ECLI:NL:RVS:2020:3082
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking horecavergunning wegens slecht levensgedrag ondanks beroep op Dienstenrichtlijn
Appellant exploiteert sinds 2009 een café te 's-Hertogenbosch en beschikte over een Drank- en Horecawet-vergunning en een exploitatievergunning. De burgemeester trok deze vergunningen in oktober 2018 in wegens niet voldoen aan het criterium van niet in enig opzicht van slecht levensgedrag. Tevens werd bepaald dat voor vijf jaar geen nieuwe vergunning zal worden verleend voor deze locatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de burgemeester terecht gebruik heeft gemaakt van verschillende constateringen zoals terrasgebruik, sluitingstijden, afwezigheid leidinggevende, tabakgebruik en illegaal gokken. Appellant stelde in hoger beroep dat het criterium van slecht levensgedrag een te open norm is en strijdig met artikel 10 van Pro de Dienstenrichtlijn, omdat het onvoldoende duidelijk en objectief zou zijn.
De Raad van State overwoog dat de exploitatie van een horecabedrijf een dienst is in de zin van de Dienstenrichtlijn en dat beoordelingsruimte aan het bevoegd gezag toekomt mits deze niet willekeurig wordt uitgeoefend. De burgemeester hanteert een terugkijkperiode van vijf jaar en beoordeelt het gedrag op basis van vaste gedragslijnen en waarschuwingen. De gedragingen van appellant vormden een patroon dat een bedreiging voor openbare orde en veiligheid inhoudt. De Afdeling concludeerde dat het criterium niet willekeurig is toegepast en dat de intrekking en uitsluiting terecht zijn.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de horecavergunning en de vijfjarige uitsluitingstermijn worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.