ECLI:NL:RVS:2020:281
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vaststelling tegemoetkoming planschade door aanleg Buitenring Parkstad Limburg
De zaak betreft een verzoek van een woningbezitter om tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het provinciale inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg 2012. De woning is gelegen nabij het plangebied waar de Buitenring is aangelegd. Het college van gedeputeerde staten van Limburg kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe van €1.100,00, welke werd aangevochten door de eigenaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het college onterecht een drempel van 3% toepaste voor het normale maatschappelijke risico, en dat slechts 2% van de waardevermindering voor rekening van de eigenaar kon blijven.
Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanleg van de Buitenring weliswaar niet volledig binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving paste, maar wel in het gedurende jaren gevoerde ruimtelijke beleid lag, waardoor een drempel van 3% gerechtvaardigd was. Het college had echter het besluit van 12 december 2017 onvoldoende gemotiveerd omtrent waardevermindering door lichthinder en situeringswaarde.
De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraak en besluiten, herroept het oorspronkelijke besluit en stelt de tegemoetkoming vast op €3.100,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 april 2015. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit van 12 december 2017.
Uitkomst: De tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op €3.100,00 plus wettelijke rente vanaf 28 april 2015.