ECLI:NL:RVS:2020:2663
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Ongegrond hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor garage/berging in Gilze
Het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen verleende op 18 juli 2019 een omgevingsvergunning voor de bouw van een garage/berging aan een perceel in Gilze. Appellanten, buren van de vergunninghouder, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege onder meer de hoogte van de goot aan de achterzijde en de mogelijke schaduwval op hun zonnepanelen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam waarbij de vergunning met een aangepaste tekening werd gehandhaafd. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de garage/berging als vrijstaand bijgebouw binnen het bestemmingsplan valt, dat de goot- en bouwhoogte voldoen aan de planregels, en dat het gebruik van het bouwwerk conform de aanvraag is. De Raad verwierp de bezwaren over de hoogte, het gebruik en de planologische toelating en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt het besluit van het college van 8 juli 2020 en sluit een proceskostenveroordeling uit.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit van het college is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.