ECLI:NL:RVS:2020:2400
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens onjuiste toetsing bevoegdheden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 12 augustus 2020 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had beoordeeld of de vreemdeling terecht was aangehouden wegens overtreding van artikel 447e Sr, omdat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de aanwending van niet op de Vreemdelingenwet 2000 gebaseerde bevoegdheden te toetsen. Het proces-verbaal toonde aan dat de aanhouding plaatsvond in het kader van de algemene politietaak en dat overleg met de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel had plaatsgevonden, conform de geldende instructies.
Verder stelde de Afdeling vast dat de duur van de ophouding korter was dan de wettelijk toegestane zes uur, waardoor ook dit onderdeel van het oordeel van de rechtbank niet standhield. Het beroep van de vreemdeling op het ontbreken van risico op onttrekking aan toezicht faalde omdat de staatssecretaris voldoende gronden voor bewaring had gesteld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.