ECLI:NL:RVS:2020:24
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving briefadres wegens onvoldoende bewijs verblijfssituatie
Appellant vroeg het college van burgemeester en wethouders van Meppel om inschrijving in de Basisregistratie Personen (brp) op een briefadres, omdat hij verwachtte gedurende een half jaar op verschillende adressen te verblijven. Het college stelde het verzoek aanvankelijk buiten behandeling vanwege het niet aanleveren van gevraagde documenten. Na bezwaar en hernieuwde besluitvorming stelde het college het verzoek opnieuw buiten behandeling wegens onvoldoende bewijs dat appellant dakloos was geworden.
De rechtbank vernietigde de besluiten van het college en wees het verzoek af, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij het woonadres daadwerkelijk had verlaten en voldeed aan de voorwaarden voor een briefadres. De rechtbank stelde hoge eisen aan de verstrekte inlichtingen, mede omdat appellant nog ingeschreven stond op het woonadres en het verzoek verband hield met het verkrijgen van een uitkering.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak had voorzien en dat de aanvraag ten onrechte was afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college geen belangenafweging hoefde te maken en dat de rechtbank terecht de aanvraag had afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing van de verblijfplaats. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot inschrijving op het briefadres wordt afgewezen.