ECLI:NL:RBMNE:2021:1762
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering briefadres met terugwerkende kracht
Eiser heeft een briefadres aangevraagd voor de periode van 8 januari 2020 tot 8 april 2020, nadat hij vanwege een opname in het brandwondencentrum te Beverwijk tijdelijk niet op zijn woonadres verbleef. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Almere, kende het briefadres toe vanaf 8 januari 2020, maar niet met terugwerkende kracht. Eiser was van mening dat vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder zijn opname en de daaruit voortvloeiende onverzekerdheid, het briefadres met terugwerkende kracht had moeten worden toegekend.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 2.20, derde lid, onder b, van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) de datum van adreswijziging wordt vastgesteld op de dag waarop de aangifte is ontvangen. Hierdoor is het niet mogelijk om een briefadres met terugwerkende kracht toe te kennen. De rechtbank sluit zich aan bij de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat het besluit tot toekenning van een briefadres op feiten wordt beoordeeld en dat er geen ruimte is voor belangenafweging of bijzondere omstandigheden.
Eiser heeft aangevoerd dat analoge toepassing van rechtspraak inzake bijstand tot terugwerkende kracht zou moeten leiden, maar de rechtbank ziet hiervoor geen grond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om geen briefadres met terugwerkende kracht toe te kennen is ongegrond verklaard.