ECLI:NL:RVS:2020:237
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering bedreiging samenleving
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 juni 2016 de verblijfsvergunningen van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod uitgevaardigd wegens een ernstige en actuele bedreiging voor de samenleving. De vreemdeling was eerder door de rechtbank Limburg tbs-maatregel opgelegd wegens diefstal en poging tot doodslag, waarbij zij volledig ontoerekeningsvatbaar werd verklaard vanwege schizofrenie.
De rechtbank Den Haag verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering van de bedreiging onvoldoende was, omdat het recidiverisico ondanks een lage inschatting door deskundigen nog steeds actueel is vanwege de blijvende kwetsbaarheid en het risico op nieuwe psychotische episodes.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbeoordeling, waarbij de rechtbank ook moet ingaan op de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro. Tevens wordt het besluit van 4 juli 2019 van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 4 juli 2019 worden vernietigd, en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.