ECLI:NL:RVS:2015:4007
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en uitvaardiging inreisverbod wegens TBS-maatregel
De staatssecretaris heeft de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege een opgelegde TBS-maatregel na een verkrachtingszaak. De rechtbank had dit besluit vernietigd op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van behandelmogelijkheden in Rwanda.
De Raad van State stelt dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan het beleidskader waarin een TBS-maatregel als grond voor een zwaar inreisverbod geldt. De persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop sinds het vonnis zijn volgens de Afdeling geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat het inreisverbod terecht is opgelegd en dat de staatssecretaris het belang van de openbare orde zwaar heeft gewogen, mede gelet op de verlengde TBS-maatregel. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard vanwege eerdere rechterlijke beoordeling.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.