ECLI:NL:RVS:2020:2286
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 september 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen. Dit besluit werd bij aanvullend besluit van 16 januari 2020 gehandhaafd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 maart 2020 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling nog in Nederland verbleef en belang had bij de procedure. Het hoger beroep bevatte echter geen nieuwe vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 25 september 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.