Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een verzoek ingediend om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische redenen. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Nederland verbleef.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en beroep ingesteld bij de rechtbank. Hij stelde dat hij belang had bij de procedure en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn medische situatie, onder meer doordat geen advies van het Bureau Medisch Advisering was ingewonnen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiser niet in Nederland verbleef, mede omdat eiser geen gehoor had gegeven aan een oproep zich te melden bij het IND-loket. Ook was niet gebleken dat eiser om medische redenen niet kon reizen. De rechtbank concludeerde daarom dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast werd eiser vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier Z.E.M. van der Maas op 8 november 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.