ECLI:NL:RVS:2020:2282
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- H.C.P. Venema
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering sluiting garagebedrijf wegens onvoldoende concreet gevaar voor openbare orde
De burgemeester van Utrecht besloot het bedrijfspand van een garagebedrijf voor twaalf maanden te sluiten wegens vermeende faciliteiten voor criminele activiteiten, waaronder witwassen en het gebruik van vervalste kentekenplaten. Deze beslissing was gebaseerd op een doorzoeking waarbij een grote hoeveelheid contant geld werd aangetroffen, meldingen van criminele activiteiten en de aanwezigheid van personen met een criminele achtergrond.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het contante geld duidde op witwassen of een concreet gevaar voor de openbare orde vormde. Ook werd geoordeeld dat de aanwezigheid van vervalste kentekenplaten onvoldoende bewijs leverde voor criminele activiteiten. De rechtbank vernietigde het besluit en herroept de sluiting.
In hoger beroep stelde de burgemeester dat het niet vereist is dat strafbare feiten of concrete ordeverstoringen zich al hebben voorgedaan om tot sluiting te kunnen overgaan. De Raad van State bevestigde echter dat de burgemeester zich bij het toepassen van artikel 2:46, eerste lid, van de Apv moet houden aan de beleidsregel, die vereist dat de openbare orde al is verstoord. Omdat dit niet het geval was, werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
De Raad van State veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten en bevestigde het vernietigende vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester is ongegrond verklaard en de sluiting van het bedrijfspand is niet toegestaan wegens ontbreken van concreet gevaar voor de openbare orde.