ECLI:NL:RBMNE:2019:4751
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige sluiting bedrijfspand wegens onvoldoende bewijs gevaar openbare orde
Verweerder, de burgemeester van Utrecht, heeft op grond van artikel 2:46 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Utrecht besloten tot sluiting van het bedrijfspand van verzoeker vanwege een vermoeden van gevaar voor de openbare orde. Dit besluit werd onder meer gebaseerd op de vondst van een grote hoeveelheid contant geld, vermeende vervalste kentekenplaten, politieregistraties en de aanloop van personen met een criminele achtergrond.
Verzoeker betwistte deze gronden en toonde aan dat het contante geld legaal was verkregen, wat door het Openbaar Ministerie werd bevestigd door een sepot in de strafzaak wegens onvoldoende bewijs van witwassen. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het geld uit criminele bron afkomstig was of dat het een concreet gevaar voor de openbare orde vormde.
Ook de andere elementen, zoals de kentekenplaten en politieregistraties, boden onvoldoende grondslag voor het besluit. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet bevoegd was tot sluiting en vernietigde het besluit, herroepende het primaire besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het bedrijfspand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gevaar voor de openbare orde.