ECLI:NL:RVS:2020:2078
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen dubbele bewoning bedrijfswoning en bewoning bedrijfsgebouw zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen legde dwangsommen op om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw te staken. De bedrijfswoning werd bewoond door twee zelfstandige huishoudens, en het bedrijfsgebouw werd bewoond in een vermeende mantelzorgsituatie zonder de vereiste omgevingsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen beide vormen van bewoning. Het hoger beroep richtte zich onder meer op de vraag of de dubbele bewoning impliciet was toegestaan door een eerdere omgevingsvergunning en of de bewoning van het bedrijfsgebouw onder de mantelzorgvrijstelling viel.
De Raad van State oordeelde dat uit de vergunningaanvraag en bouwtekeningen niet zonder meer kon worden afgeleid dat dubbele bewoning was toegestaan en dat het college niet impliciet toestemming had gegeven. Tevens is de mantelzorgvrijstelling niet van toepassing omdat het bedrijfsgebouw wordt gebruikt in samenhang met een bedrijfswoning die in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de proportionaliteit van de dwangsommen faalde eveneens.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarmee het handhavend optreden van het college tegen het gebruik van de bedrijfswoning en het bedrijfsgebouw wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavend optreden van het college wordt bevestigd.