ECLI:NL:RVS:2020:1970
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegaal woongebruik boerderij in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 28 mei 2018 een last onder dwangsom op aan [appellante] wegens het gebruik van een deel van haar boerderij als woning, in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank handhaafde deze last en het daarop volgende beroep werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat het gebruik van de boerderij als woning niet was toegestaan binnen de bestemming "Gemengd - 3" volgens het bestemmingsplan Lutkemeerpolder. De bouwvergunning van 2004 en bruikleenovereenkomsten boden geen grondslag voor bewoning. Het college had het legaliteitsbeginsel niet geschonden ondanks het niet expliciet noemen van de specifieke planregel in de besluiten, omdat de overtreding duidelijk was.
Verder werd geoordeeld dat het college niet in strijd had gehandeld met het verbod op détournement de pouvoir en dat de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding stond tot de ernst van de overtreding. Het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom werd eveneens ongegrond verklaard. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellante].
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt bevestigd en het beroep tegen het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard.