ECLI:NL:RVS:2020:1966
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende toetsing belangenafweging bij beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De zaak betreft het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het verblijfsrecht van een vreemdeling met de Russische nationaliteit als gemeenschapsonderdaan te beëindigen nadat zijn Griekse echtgenoot, op wiens verblijfsrecht hij was aangewezen, was uitgeschreven uit de basisregistratie personen. De vreemdeling werd opgedragen Nederland en de EU binnen vier weken te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond zonder de belangenafweging van de staatssecretaris te toetsen.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris verplicht was een belangenafweging te maken en dat deze afweging door de rechtbank had moeten worden getoetst. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU (N. Chenchooliah) en oordeelt dat ook familieleden van een burger van de Unie recht hebben op een toetsbare belangenafweging bij verwijderingsbesluiten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling waarbij de belangenafweging door de rechtbank moet worden getoetst. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor toetsing van de belangenafweging.