ECLI:NL:RVS:2020:191
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over niet-ontvankelijkheid handhavingsverzoek verkeerd parkeren
Appellant verzocht het team Handhaving Publiek Domein van de gemeente Súdwest-Fryslân om handhavend op te treden tegen een verkeerd geparkeerde auto. Het college weigerde het verzoek in behandeling te nemen en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de brief van het college geen besluit was als bedoeld in de Awb.
In hoger beroep stelde appellant dat het college wel bevoegdheden heeft om beleid te maken en prioriteiten te stellen bij handhaving. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat het verzoek uitsluitend betrekking had op bevoegdheden uit artikel 5 Wvw Pro 1994 en artikel 24 RVV Pro 1990. De Afdeling stelde vast dat het college op grond van artikel 170 Wvw Pro 1994 en de gemeentelijke Wegsleepverordening wel degelijk bevoegd is bestuursdwang toe te passen bij verkeerd parkeren.
Daarom moet de brief van het college worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb en was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar onterecht. Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waartegen beroep mogelijk is bij de Afdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van het college niet-ontvankelijkheid bezwaar is vernietigd.