ECLI:NL:RVS:2020:1759
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen bouwwerken op agrarisch perceel te Boxtel
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel legde op 20 juli 2018 aan de eigenaren van een perceel in Boxtel een last onder bestuursdwang en dwangsom op om diverse bouwwerken, waaronder een paardenstal, rijbak, mestplaat, jachthuisje en overkappingen, te verwijderen omdat deze in strijd waren met het bestemmingsplan en zonder vergunning waren gebouwd.
De eigenaren voerden onder meer aan dat zij gerechtvaardigd vertrouwen hadden dat het college niet handhavend zou optreden, mede vanwege toezeggingen en adviezen van gemeentelijke toezichthouders en de burgemeester. Ook stelden zij dat het overgangsrecht van toepassing was en dat de bestemming van het perceel onterecht was gewijzigd.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat het overgangsrecht geen vergunning vervangt. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en overweegt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat de toezeggingen niet concreet waren en niet zagen op handhaving. Ook wijst de Raad het verzoek tot exceptieve toetsing van het bestemmingsplan af en bevestigt zij dat de wijzigingen aan de paardenstal niet van ondergeschikte aard zijn.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.