Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
)
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft het beroep van een Azerbeidzjaanse man tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'buiten schuld'. De staatssecretaris had het primaire besluit en het daaropvolgende bezwaar ongegrond verklaard, waarbij twijfel bestond over de identiteit en nationaliteit van eiser. De rechtbank oordeelde eerder dat de staatssecretaris zijn vergewisplicht had geschonden en onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van het negatieve advies van de Dienst Terugkeer & Vertrek en het onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
In het bestreden besluit handhaafde de staatssecretaris de afwijzing, maar de rechtbank constateert dat de geconstateerde gebreken niet zijn hersteld. Het onderzoek naar de overlijdensakte en de nationaliteit blijft onduidelijk en onvoldoende onderbouwd, en er is geen adequaat onderzoek gedaan naar de informatie over het verblijf van eiser in Baku. Ook de motivering met betrekking tot de taal en naam van eiser is onvoldoende.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de gebreken in onderzoek en motivering moeten worden hersteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank nu op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.