ECLI:NL:RVS:2020:1493
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor bouwen vlonders op kampeerterrein
De vennootschap exploiteert een kleinschalig kampeerterrein en vroeg op 19 november 2015 een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van 18 vlonders. Het college van burgemeester en wethouders van Veere weigerde deze vergunning op 13 januari 2016. Na een herhaalde aanvraag op 8 september 2017 weigerde het college opnieuw de vergunning, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap en haar vertegenwoordiger ongegrond en bevestigde het collegebesluit. De vennootschap stelde in hoger beroep dat er wel nieuwe feiten waren, zoals een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak en een gewijzigd bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde echter dat deze feiten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden, omdat het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk was en de eerdere uitspraak niet tot een nieuwe vergunning leidde.
Verder werd geoordeeld dat de vertegenwoordiger van de vennootschap geen rechtstreeks belang had bij het besluit op bezwaar. De Raad van State concludeerde dat het college het besluit tot weigering van de vergunning zorgvuldig en gemotiveerd had genomen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.