ECLI:NL:RVS:2020:1316
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 3 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een inzamelvoorziening was achtergelaten, omdat deze in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 was aangeboden. De doos droeg een adreslabel met de gegevens van appellante, die de doos naast de inzamelvoorziening had geplaatst.
Appellante voerde aan dat de gemeente nalatig was geweest door de inzamelvoorziening niet tijdig te legen, waardoor zij genoodzaakt was de doos naast de voorziening te plaatsen. Zij stelde ook dat het niet geloofwaardig was dat de vuilophaaldienst het karton niet had kunnen meenemen bij het legen van de containers.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellante als overtreder moet worden aangemerkt omdat zij de doos naast de inzamelvoorziening had geplaatst, ongeacht de volle staat van de inzamelvoorziening. De verplichting om afval correct aan te bieden blijft bestaan, ook als een inzamelvoorziening vol is. Het betoog dat de gemeente vaker had moeten legen, is niet relevant in deze procedure. De kosten van bestuursdwang zijn terecht op appellante verhaald.
Het beroep is ongegrond verklaard en er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard en de kosten blijven voor haar rekening.