ECLI:NL:RVS:2020:1311
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.M.H. Hoogvliet
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen intern bouwwerk en beëindigen strijdig gebruik perceel Bergeijk
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk heeft bij besluit van 9 oktober 2018 H.O.G. B.V. en anderen onder dwangsom gelast om een intern bouwwerk met verdiepingsvloer in loods A te verwijderen en het gebruik van het perceel en de opstallen in strijd met het bestemmingsplan te beëindigen. H.O.G. B.V. en anderen voerden aan dat voor het bouwwerk geen omgevingsvergunning vereist was en dat het gebruik niet strijdig was met het bestemmingsplan.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het collegebesluit. In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel bekrachtigd. De Afdeling oordeelde dat het bouwwerk een verandering van de draagconstructie van de loods inhoudt en daarom vergunningplichtig is. Daarnaast is het gebruik van het perceel niet in overeenstemming met de bestemming 'Loonwerkbedrijf', omdat opslag en handel in (bulk)goederen plaatsvindt.
De Afdeling verwierp de stellingen over onduidelijkheid en onrechtmatigheid van de last en concludeerde dat de last voldoende concreet is geformuleerd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.