ECLI:NL:RVS:2020:1192
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhaving minicamping vergunningen in Veere
Appellant is eigenaar van een perceel in Veere met een agrarisch bedrijf en een minicamping met 15 standplaatsen. Zij wenst de minicamping uit te breiden naar 25 standplaatsen. Andere minicampings kregen ontheffingen voor uitbreidingen tot 2012. Appellant verzocht in 2015 om handhavend optreden tegen exploitatie zonder vergunning door achttien andere minicampings, maar het college wees dit af omdat die minicampings inmiddels kampeervergunningen hadden.
De rechtbank herroept in een andere zaak de kampeervergunningen met terugwerkende kracht, waardoor deze juridisch nooit hebben bestaan. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek deed en het besluit onvoldoende motiveerde, en verklaart het bezwaar van appellant gegrond.
Het college stelt in hoger beroep dat ten tijde van het besluit de vergunningen nog geldig waren en dat handhaving daarom niet mogelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dit standpunt en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van appellant wordt alsnog ongegrond verklaard. Tevens is de Kampeerverordening 2015 ingetrokken, waardoor geen vergunning meer nodig is voor minicampings. Het besluit van 1 oktober 2019 wordt eveneens vernietigd omdat het op de vernietigde uitspraak is gebaseerd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit van 1 februari 2019 blijft in stand.